Honing en bestuiving

Het maken van honing

Honing wordt door honingbijen gemaakt uit nectar en/of honingdauw. Het maken van honing uit nectar leidt tevens tot de bestuiving van bloeiende gewassen.

Bestuiving

Door het verzamelen van nectar uit de bloemen van allerlei gewassen zorgen de bijen eveneens voor het verspreiden van stuifmeel van de ene bloem naar de andere bloem.
Zo dragen ze bij aan de bestuiving en bevruchting van die gewassen, waardoor voor de voedselvoorziening belangrijke, vruchten en zaden kunnen worden gevormd.

Juist honingbijen zijn belangrijk voor de bestuiving van cultuurgewassen, omdat honingbijen zeer “bloemvast” zijn.
Dat wil zeggen dat als zij eenmaal op een bepaald gewas vliegen, zij daarop ook consequent blijven vliegen, zodat ook het stuifmeel van dat gewas goed wordt overgebracht op bloemen van datzelfde gewas. Dit zorgt voor een optimale bestuiving.
Ook kunnen zij door verplaatsbaarheid van de kasten naar wens en in grote aantallen worden ingezet voor een doelgerichte bestuiving.

Andere bestuivende insecten zijn niet bloemvast of zijn gespecialiseerd op bepaalde wilde planten en zijn niet naar wens en in grote aantallen inzetbaar. Zij zijn samen met de honingbijen, want die vliegen op alle bloemen, van belang voor het bestuiven en in stand houden van de wilde flora.

Bij met geel stuifmeel2

Bij met stuifmeel

Nectar

Het uitgangsmateriaal voor nectar zijn de suikers die gevormd worden in de groene delen van planten door opname van koolzuur (CO2) en water (koolzuurassimilatie). Via de sapstroom in de plant worden deze voedingsstoffen getransporteerd naar alle delen van de plant en in de nectarklieren (nectariën) kan het suikerhoudende vocht (nectar) afgescheiden worden. In ons klimaat is de nectar van bloemen de belangrijkste voedselbron voor de honingbij.

Bestuiving
Zoals al gezegd, hebben de planten belang bij het bijenbezoek. Door het aanbieden van nectar, in combinatie met geur en kleur, lokt de bloem bijen die, door het overbrengen van stuifmeel van de ene naar de andere bloem, zorgen voor bestuiving en bevruchting.

Honingmaag
Als de bij de nectar, die circa 30% suiker bevat, heeft opgezogen wordt, deze opgeslagen in de honingmaag. Na het bezoek aan vele bloemen brengt de bij de verzamelde nectar naar het nest. Een goed gevulde honingmaag kan ca. 0,06 gram nectar bevatten, ongeveer de helft van het gewicht van de bij zelf.

Indampen
Bij thuiskomst in de bijenwoning geeft de haalbij de nectar over aan andere bijen die de verdere verzorging ervan op zich nemen. Het belangrijkste proces dat nu plaatsvindt is het verwijderen van het overtollige water uit de nectar via verdamping. Dit wordt het rijpen van de honing genoemd.
Het uiteindelijke doel is het verkrijgen van een dikke, stroperige vloeistof met een suikergehalte van ca. 80%, waarin zich vele andere nuttig bestanddelen (o.a. allerlei enzymen en stuifmeel) bevinden.

Opslaan
Dit gerijpte product, dat nu de naam “honing” draagt, wordt vervolgens door de bijen opgeslagen in de raten en, om bederf te voorkomen, verzegeld met bijenwas.Foto: Pixabay.com

Honingdauw
Niet alleen bijen verzamelen het suikerijke sap van planten; bepaalde schild- en bladluizen boren gaatjes in de bladeren of naalden van planten en zuigen het sap op. Een deel van dit sap wordt weer door deze insecten uitgescheiden als kleine suikerhoudende druppeltjes. Dit product staat bekend onder de naam honingdauw en wordt ook door de bijen verzameld en eveneens tot honing verwerkt. In Nederland leveren vooral linde, esdoorn en eik honingdauw.

Samenstelling van honing

Honing bestaat uit: suikers, water en begeleidende stoffen,
en wel globaal uit: 38% vruchtensuiker, 31% druivensuiker, 10% andere suikers, 4% begeleidende stoffen en 17% water.

Suikers en begeleidende stoffen.
Honing bestaat voor een groot gedeelte uit suikers, maar hiernaast is nog een groot aantal andere (meer dan 150) waardevolle stoffen aanwezig. Deze stoffen zijn al aanwezig in de nectar of worden door de bijen tijdens de verwerking toegevoegd.
Vruchtensuiker (fructose) en druivensuiker (glucose) zijn, in tegenstelling tot gewone biet- of rietsuiker, voor het lichaam gemakkelijk opneembaar en leveren hierdoor snel wat extra energie. Ze zijn voornamelijk ontstaan door omzetting van andere suikers in de nectar met behulp van speciale stoffen (enzymen) die de bijen produceren.

Begeleidende stoffen
De belangrijkste begeleidende stoffen in honing zijn: enzymen, organische zuren, mineralen,  bacterieremmende stoffen, stuifmeelkorrels en reuk- en smaakstoffen.
De genoemde natuurlijke reuk- en smaakstoffen geven de honing zijn karakteristieke geur en smaak.
Honing is dus veel meer dan een eenvoudig mengsel van suikers en de waardevolle eigenschappen worden mede bepaald door de vele, meestal in kleine hoeveelheden aanwezige, natuurlijke stoffen.

Soorten honing

Afhankelijk van de plant waarvan de nectar is gewonnen kan men verschillende soorten honing onderscheiden die elk een eigen smaak, geur, kleur en consistentie (vloeibaarheid) hebben.
Het oogsten van een bepaalde honingsoort is alleen dan mogelijk als de bijen op een plaats staan waar een plantensoort massaal voorkomt. Meestal brengt de imker zijn bijen naar deze plaatsen toe, zoals bijvoorbeeld naar koolzaadvelden, fruitboomgaarden of de heide.
Op de meeste plaatsen in ons land wordt meestal een gemengde honing gewonnen, omdat de bijen verschillende soorten planten bezoeken. Dergelijke honingsoorten worden aangeboden onder de namen “bloemenhoning”, “voorjaarshoning” of “zomerhoning”.
Er bestaat ook “cremehoning”, dat is een zachte honing die goed smeerbaar is en die door een speciale behandeling door de imker uit gewone honing wordt bereid.

Honing, vloeibaar of vast

Na het slingeren is honing altijd vloeibaar. Afhankelijk van de soort zal de honing na verloop van tijd kristalliseren tot een vaste substantie. Dat is een natuurlijk verschijnsel.
De snelheid waarmee de honing kristalliseert wordt voornamelijk bepaald door de hoeveelheid druivensuiker in de honing. Honingsoorten met veel druivensuiker, zoals koolzaadhoning, kristalliseren sneller. In het algemeen is het zo dat lichtgekleurde honingsoorten (met uitzondering van acaciahoninIMG_0719-2g) sneller kristalliseren dan donkergekleurde honingsoorten.

Gekristalliseerde honing weer vloeibaar of zachter maken
Gekristalliseerde honing kan op een eenvoudige manier weer vloeibaar of minder hard worden gemaakt door verwarming “au bain marie” in water van ongeveer 40 graden celsius. Een te hoge temperatuur is schadelijk voor de nuttige bestanddelen van de honing, vooral de aanwezige enzymen worden dan afgebroken.

Niet verwarmen in de magnetron!!!
Het verwarmen in een magnetron is uit den boze. Bij deze behandeling treedt een forse achteruitgang van de hoeveelheid enzymen op.

Honing bewaren

Honing kan het best bewaard worden op een koele, donkere en droge plaats. Omdat honing snel vocht en vreemde geuren opneemt, is goed afsluiten van de pot noodzakelijk.
Op deze wijze is honing is honing lang houdbaar. Honing bederft niet, maar verliest wel kwaliteit en smaak naarmate de jaren verstrijken.